Begrippen

A | B | C | D | E | F | G | H | I | K | L | M | N | O | P | R | S | T | U | V | W | X | Y
  • Aanduiding ministerie

    Het ministerie waaronder een opleiding of instelling ressorteert.
    Mogelijke waardes:
    EZ:Ministerie van Economische Zaken
    OCW:Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
  • Aanduiding wet

    Geeft aan onder welke wet de instelling valt.
    Mogelijke waardes:
    Wec:Wet op de expertisecentra. Wet voor speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.
    Wpo:Wet op het primair onderwijs. Wet voor basisonderwijs en speciaal basisonderwijs.
  • Administratiekantoor

    Bedrijf dat de financiële administratie van een of meerdere schoolbesturen beheert.
  • Afdeling

    Een specialisatie binnen een vmbo sector dan wel een profiel binnen havo en vwo.
    Mogelijke waardes:
    Administratie
    Bouwbreed-ISP
    Bouwtechniek
    Consumptief
    Consumptief breed-ISP
    Cultuur en maatschappij
    Dienstverlening en commercie
    Economie en maatschappij
    Economie en maatschappij / Cultuur en maatschappij
    Elektrotechniek
    Grafische techniek
    Handel en administratie-ISP
    Handel en verkoop
    Haven- en vervoerschool
    ICT-route
    Instalektro-ISP
    Installatietechniek
    Kust-, rijn- en binnenvaart
    Landbouw breed-ISP
    Landbouw en natuurlijke omgeving
    Metaaltechniek
    Metalectro-ISP
    Mode en commercie
    Natuur en gezondheid
    Natuur en gezondheid / Cultuur en maatschappij
    Natuur en gezondheid / Economie en maatschappij
    Natuur en techniek
    Natuur en techniek / Cultuur en maatschappij
    Natuur en techniek / Economie en maatschappij
    Natuur en techniek / Natuur en gezondheid
    Sport, dienstverlening en veiligheid
    Techniek en commercie
    Techniek en dienstverlening
    Techniek breed-ISP
    Technologie orientatie
    Transport en logistiek
    Uiterlijke verzorging
    Verzorging
    Voertuigentechniek
    Zorg en welzijn-ISP
  • Basisonderwijs

    Funderend onderwijs voor kinderen vanaf 4 jaar tot en met 12 jaar Wordt verzorgd door basisscholen en scholen voor speciaal basisonderwijs.Valt samen met het speciaal basisonderwijs onder de Wet primair onderwijs (WPO).
  • Bedrijfstak mbo

    Een nadere onderverdeling van beroepsopleidingen binnen een mbo sector.
    Mogelijke waardes:
    Beschermings- en afwerkingstechnieken, reclame- en presentatietechnieken
    Bouw en grond-, weg- en waterbouw
    Carrosserie en autoschadeherstel
    Combinatiebedrijf
    Detailhandel, groothandel en internationale handel, mode en textiel
    Economisch-administratieve beroepen, sociaal-juridische dienstverlening en beveiliging
    Gezondheidstechnische beroepen en ambachten
    Gezondheidszorg, dienstverlening, welzijn en sport
    Grafische beroepen
    Haarverzorging, schoonheidsverzorging en voetverzorging
    Horeca, toerisme en voeding
    Hout en interieur
    Metaal, elektro- en installatietechniek
    Motorvoertuigen- en tweewielertechniek en autohandel
    Proces-, milieu-, laboratoriumtechniek en fotonica
    Transport en logistiek
    Vleessector
    Voedsel en leefomgeving
  • Bekostigbaar

    Of de opleiding door de overheid bekostigd / gesubsideerd wordt.
  • Beroepsopleiding SBB

    Beroepsopleiding volgens stichting Samenwerking Beroepsopleiding Bedrijfsleven (SBB)
  • Besluit samenwerking vo-bve

    Een maatregel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tegen uitval van leerlingen in het voortgezet onderwijs (vo). Leerlingen die zonder diploma het onderwijs dreigen te verlaten, krijgen op een andere school de kans alsnog een diploma of startkwalificatie te halen. Dit is mogelijk op scholen voor beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie (bve), voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) of op een andere vo school. De vo leerling blijft tijdens uitbesteding op de eigen school ingeschreven. Uitbesteding kan alleen op scholen die bekostigd worden door de overheid.
  • Bevoegd gezag

    Schoolbestuur.
  • Bovenbouw

    In het voortgezet onderwijs: leerjaren 3-4 van het vmbo, leerjaren 4-5 van de havo, leerjaren 4-6 van het vwo. In het basisonderwijs: leerjaren 5-8 of volgens een andere indeling: leerjaren 7-8 (een indeling waarbij naast onder- en bovenbouw ook sprake is van een middenbouw).
  • Bovenschools

    Bovenschools gaat niet over een individuele school, maar heeft betrekking op meerdere scholen. Er kan sprake zijn van bovenschools personeel (bijvoorbeeld bovenschoolse directeur) of bovenschoolse lasten (bijvoorbeeld kosten voor de centrale administratie).
  • Brin nummer

    Registratienummer van de instelling.
  • Brin nummer actueel

    De code van de actuele instelling. Actueel wil zeggen dat wanneer een instelling van code verandert of wordt samengevoegd met een andere instelling, de historie van de oude instelling wordt vermeld onder de nieuwe code.
  • Brin nummer hoogste vooropleiding voor het hoger onderwijs

    De code van de instelling van de hoogste vooropleiding voor het hoger onderwijs. De hoogste vooropleiding voor het hoger onderwijs kan behaald zijn in de periode tot en met het inschrijvingsjaar in het hoger onderwijs
  • Centrale dienst

    Een bovenschoolse voorziening binnen een samenwerkingsverband van basisscholen en speciale basisscholen bedoeld om schoolbesturen te ondersteunen bij de inrichting van de zorg.
  • Cluster

    Aanduiding van het soort speciaal onderwijs. Er worden vier clusters van speciale scholen onderscheiden.
    Mogelijke waardes:
    1:Scholen voor visueel gehandicapte leerlingen.
    2:Scholen voor auditief/communicatief gehandicapte leerlingen: doof, slechthorend, ernstige spraakmoeilijkheden.
    3:Scholen voor leerlingen met lichamelijke en/of verstandelijke beperkingen: zeer moeilijk lerend, langdurig ziek met lichamelijke handicap.
    4:Scholen voor leerlingen met psychiatrische stoornissen en ernstige leer- en/of gedragsproblemen, langdurig zieke leerlingen zonder lichamelijke beperking en leerlingen verbonden aan pedologische instituten, zeer moeilijk opvoedbaar.
  • Coropgebied

    Een COROP-gebied is een regionaal gebied binnen Nederland en is een samenvoeging van gemeenten. De naam COROP komt van Coördinatie Commissie Regionaal Onderzoeksprogramma. Dit was de commissie die de indeling vastegesteld heeft. De COROP-indeling wordt veelal gebruikt door onderzoeksinstellingen om statistische gegevens weer te geven.
  • Crebo

    Centraal register beroepsonderwijs: een systematische verzameling gegevens over beroepsopleidingen en bijbehorende opleidings- en exameninstellingen (wordt jaarlijks vastgesteld).
  • Croho onderdeel

    De indeling van ho opleidingen naar onderwijsgebied gebaseerd op het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO).
    Mogelijke waardes:
    Economie
    Gedrag en maatschappij
    Gezondheidszorg
    Landbouw en natuurlijke omgeving
    Natuur
    Onderwijs
    Recht
    Taal en cultuur
    Techniek
    Sectoroverstijgend
  • Croho subonderdeel

    De onderverdeling van enkele CROHO onderdelen naar CROHO subonderdelen. Bijvoorbeeld het CROHO subonderdeel lerarenopleiding op het gebied van de kunst is een onderverdeling van het CROHO onderdeel onderwijs.
    Mogelijke waardes:
    Bacheloropleidingen op het gebied van de kunst
    Hogere kaderopleiding pedagogiek
    Leraar basisonderwijs
    Lerarenopleidingen op het gebied van de kunst
    Lerarenopleidingen speciaal onderwijs
    Masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst
    Masteropleidingen op het gebied van de kunst
    Opleidingen tot leraar vo van de eerste graad in algemene vakken
    Postinitiele master economie
    Postinitiele master gedrag en maatschappij
    Postinitiele master gezondheidszorg
    Postinitiele master landbouw en natuurlijke omgeving
    Postinitiele master natuur
    Postinitiele master onderwijs
    Postinitiele master recht
    Postinitiele master sectoroverstijgend
    Postinitiele master taal en cultuur
    Postinitiele master techniek
    Universitaire lerarenopleidingen
    Sectoroverstijgend
  • Deelkwalificatie

    Een combinatie van eindtermen (kennis, inzicht, vaardigheden) vastgesteld voor een bepaalde beroepsopleiding (kwalificatie) waarover de deelnemer dient te beschikken om het bijhorende beroep uit te kunnen oefenen.
  • Deelkwalificatiecode

    Het unieke nummer waarmee een beroepsopleiding in het centraal register beroepsonderwijs (crebo) staat ingeschreven. Ook wel crebo-nummer.
  • Deelnemer

    Degene die op het moment van peildatum 1 oktober voor een opleiding staat ingeschreven en daarvoor voor bekostiging in aanmerking komt.
  • Deeltijdonderwijs mbo

    Voor personen die hun studie willen combineren met andere bezigheden. In totaal moet per leerjaar 300 tot 850 uur onderwijs (lessen, stages, begeleiding) worden aangeboden.
  • Denominatie

    De levensbeschouwing of godsdienst die een school uitdraagt.
    Mogelijke waardes:
    ABZ:Algemeen Bijzonder
    ASF:Antroposofisch
    BAP:Baptistisch
    EVA:Evangelisch
    EVB:Evangelische Broedergemeenschap
    EVL:Evangelisch-Luthers
    GER:Gereformeerd
    GEV:Gereformeerd Vriijgemaakt
    HIN:Hindoeistisch
    ISL:Islamitisch
    JOO:Joods
    JOR:Joods Orthodox
    NH:Nederlands Hervormd
    OKA:Oud-katholiek
    OPB:Openbaar
    PC:Protestants-Christelijk
    REF:Reformatorisch
    REM:Remonstrants
    RK:Rooms-Katholiek
    RST:Overige
    RYK:Rijks
    SCA:Samenwerkend PC, RK en Alg. Bijz.
    SCH:Samenwerkend Opb, PC, RK, Alg. Bijz.
    SOA:Samenwerkend Opb. en Alg. Bijz.
    SOC:Samenwerkend Opb., PC en RK
    SOP:Samenwerkend Opb. en PC
    SOR:Samenwerkend Opb. en RK
    SPA:Samenwerkend PC en Alg. Bijz.
    SPR:Samenwerkend PC en RK
    SRA:Samenwerkend RK en Alg. Bijz.
  • Dienstverband

    Aanduiding of de arbeidsrelatie van onbepaalde of van tijdelijke duur is.
    Mogelijke waardes:
    Vaste dienst:Arbeidsrelatie voor onbepaalde duur.
    Tijdelijke dienst:Arbeidsrelatie voor bepaalde duur, niet vanwege vervanging.
    Vervanger:Arbeidsrelatie voor bepaalde duur, vanwege vervanging.
  • Diploma

    Het door de wet erkend document wat ingeschrevenen ontvangen van de instelling na het succesvol beeindigen van de studie. Propedeuse diploma's en postinitiële masterdiploma's worden buiten beschouwing gelaten, evenals diploma's behaald door uitwisselingsstudenten en diploma's afgegeven door aangewezen instellingen.
  • Diploma eerst behaald na instroom

    Aanduiding of een diploma is behaald, gecombineerd met het behaalde kwalificatieniveau en het aantal jaren in het mbo voordat het diploma behaald is.
  • Diplomajaar

    Het jaar van de periode waarin het diploma is behaald. Diplomajaar 2002 staat bijvoorbeeld voor de gediplomeerden tussen 1 oktober 2002 en 1 oktober 2003.
  • Directe instroom

    Het zonder onderbreking instromen van eerstejaars ingeschrevenen van de hoogste vooropleiding voor het hoger onderwijs naar het hoger onderwijs.
  • Domein mbo

    Clustering van mbo opleidingen naar vakgebied
    Mogelijke waardes:
    Afbouw, hout en onderhoud
    Ambacht, laboratorium en gezondheidstechniek
    Bouw en infra
    Economie en administratie
    Handel en ondernemerschap
    Horeca en bakkerij
    Informatie en communicatietechnologie
    Media en vormgeving
    Mobiliteit en voertuigen
    Techniek en procesindustrie
    Toerisme en recreatie
    Transport, scheepvaart en logistiek
    Uiterlijke verzorging
    Veiligheid en sport
    Voedsel, natuur en leefomgeving
    Zorg en welzijn
  • Eerstejaars ingeschrevene

    De natuurlijk persoon die voor het eerst staat ingeschreven in het hoger onderwijs binnen een domein.
  • Examenkandidaat

    Een leerling die eindexamen heeft gedaan en daarvan de uitslag heeft ontvangen.
  • Functiegroep

    De indeling van functies onder onderwijspersoneel in vier groepen.
    Mogelijke waardes:
    Directie:Leidinggevenden / managers van een (deel van de) onderwijsinstelling.
    Onderwijzend personeel:Personeel dat in direct contact met de leerling lesgeeft.
    Onderwijsondersteunend personeel:Personeel dat onder verantwoordelijkheid van een leraar bijdraagt aan de verzorging van het onderwijs middels lesondersteunende activiteiten.
    Beheer- en administratief personeel :Ondersteunend personeel exclusief directie dat niet direct betrokken is bij het primaire proces lesgeven.
  • Gediplomeerde

    Onderwijsdeelnemer die een diploma heeft behaald.
  • Gemeentenaam deelnemer

    De gemeente waar de onderwijsdeelnemer woont.
  • Geslaagde

    Een examenkandidaat die is geslaagd voor het gehele eindexamen.
  • Gewichtenregeling

    Een regeling in het basisonderwijs bedoeld om basisscholen extra financiering toe te wijzen voor bekostiging van leerlingen die extra aandacht nodig hebben. Om het gewicht van een leerling te bepalen wordt gekeken naar het opleidingsniveau van de ouder(s). Deze regeling is vanaf 2006 verdeeld over vier jaar ingevoerd, daarvoor bestond een oude gewichtenregeling.
    Mogelijke waardes:
    Gewicht 0.3:Leerling van wie beide ouders niet meer dan maximaal het niveau praktijkonderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs van de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg.
    Gewicht 1.20:Leerling van wie een ouder alleen basisonderwijs heeft en van wie de andere ouder maximaal praktijkonderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs van de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg heeft.
  • Gewichtenregeling oud

    Een oude regeling in het basisonderwijs bedoeld om basisscholen extra financiering toe te wijzen voor bekostiging van leerlingen die extra aandacht nodig hebben. Om het gewicht van een leerling te bepalen werd gekeken naar zowel etniciteit als het opleidingsniveau van de ouder(s). Deze regeling is vanaf 2006 verdeeld over vier jaar vervangen door de nieuwe gewichtenregeling welke alleen het opleidingsniveau van de ouders meeneemt
    Mogelijke waardes:
    Gewicht 0.25:Leerling met laag opgeleide autochtone ouders; beide ouders/verzorgers hebben een schoolopleiding tot of tot en met eindexamen voorbereidend beroepsonderwijs.
    Gewicht 0.40:Leerling die verblijft in een internaat of pleeggezin en van wie de vader of moeder het schippersbedrijf uitoefent of heeft uitgeoefend:
    Gewicht 0.70:Leerling van wie de ouders werkzaam zijn in het circus- of kermisbedrijf. Leerling van wie één van beide ouders of voogden in een woonwagen woont of heeft gewoond.
    Gewicht 0.90:Leerling met laag opgeleide allochtone ouders; beide ouders/verzorgers hebben een schoolopleiding tot of tot en met eindexamen voorbereidend beroepsonderwijs.
  • Hoogst behaalde vooropleiding

    Het reeds behaalde diploma van de deelnemer voorafgaande aan de instroom in een bepaalde onderwijssector.
    Mogelijke waardes:
    Vmbo bbl:Basisberoepsgerichte leerweg.
    Vmbo kbl:Kaderberoepsgerichte leerweg.
    Vmbo gl:Gemengde leerweg.
    Vmbo tl:Theoretische leerweg.
    Mbo 1:Mbo niveau 1.
    Mbo 2:Mbo niveau 2.
    Mbo 3:Mbo niveau 3.
    Mbo 4:Mbo niveau 4.
    Havo
    Vwo
    Ongediplomeerd of lager dan vmbo
    Vooropleiding onbekend
  • Hoogste vooropleiding voor ho

    De hoogste behaalde vooropleiding voor inschrijving in het hoger onderwijs.
    Mogelijke waardes:
    Mbo niveau 1, 2 en 3, vbo en vmbo
    Mbo niveau 4
    Havo
    Vwo
    Overig:Hieronder vallen een getuigschrift, een buitenlands diploma, een Europees baccalaureaat, een beschikking College van Bestuur, een ministeriële beschikking, een toelatingsexamen, een colloquium doctum of een vooropleiding onderzoek.
  • Impulsgebied

    Een impulsgebied is een postcodegebied waar zich een combinatie voordoet van hoge werkloosheid en lage inkomens. Beide factoren spelen een rol bij het ontstaan van onderwijsachterstanden. Scholen in impulsgebieden krijgen extra geld voor de bestrijding van onderwijsachterstanden. Impulsgebieden zijn postcodegebieden vastgesteld op basis van de zogenoemde ??armoedemonitor 2008?? van het SCP/CBS.
  • Indicatie kleine opleiding

    Of een mbo-opleiding een kleine opleiding is, wordt bepaald door een grens aan het aantal deelnemers op de opleiding aan de instelling per nominaal studiejaar. Voor een opleiding op niveau één is de grens 18 deelnemers, voor niveau twee 36 deelnemers en voor niveau drie en vier 54 deelnemers
  • Indicatie speciaal onderwijs

    Geeft aan voor welke leerlingen het speciaal onderwijs bedoeld is; leerlingen met een lichamelijke of verstandelijke handicap of ernstige gedrags- en/of leerproblemen.
    Mogelijke waardes:
    Visueel gehandicapt:Onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen.
    Slechthorend:Onderwijs aan slechthorende kinderen.
    Doof:Onderwijs aan dove kinderen.
    Ernstige spraakm.:Onderwijs aan kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden.
    Lichamelijk gehandicapt:Onderwijs aan lichamelijk gehandicapte kinderen.
    Langdurig ziek / somatisch:Onderwijs aan langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap.
    Kinderen in pedologische inst.:Onderwijs aan kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten.
    Zeer moeilijk lerend:Onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen of met syndroom van Down.
    Zeer moeilijk opvoedbaar:Onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen.
    Langdurig ziek / psychisch:Onderwijs aan langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap.
    Mg: dovn/blind:Onderwijs aan kinderen met een meervoudige handicap: doof/blind.
    Mg: vgk:Onderwijs aan kinderen met een meervoudige handicap: visueel gehandicapt en zeer moeilijk lerend.
    Mg: sh/zmlk:Onderwijs aan kinderen met een meervoudige handicap: slechthorend en zeer moeilijk lerend.
    Mg: dovn/zmlk:Onderwijs aan kinderen met een meervoudige handicap: doof en zeer moeilijk lerend.
    Mg: lg/zmlk:Onderwijs aan kinderen met een meervoudige handicap: lichamelijke handicap en zeer moeilijk lerend.
    Speciaal basisonderwijs:Onderwijs aan kinderen die extra aandacht nodig hebben, maar minder ernstige beperkingen hebben dan kinderen in het speciaal onderwijs. Het gaat om moeilijk lerende kinderen en/of gedragsmoeilijkheden.
  • Ingeschrevene

    De natuurlijk persoon die staat ingeschreven in het hoger onderwijs binnen een domein.
  • Inschrijving

    De actieve inschrijving van een ingeschrevene bij een opleiding op peildatum 1 oktober van het betreffende studiejaar Een ingeschrevene kan meerdere inschrijvingen hebben.
  • Inspectiecode

    De code van een opleiding zoals gebruikt door de Inspectie van het Onderwijs.
  • Instelling bij diploma

    Geeft weer of het diploma behaald is op dezelfde of een andere instelling als waar de deelnemer is ingestroomd of dat er nog geen diploma behaald is.
  • Instellingsnaam

    Naam van de school.
  • Instellingsnaam actueel

    De naam van de actuele instelling. Actueel wil zeggen dat wanneer een instelling van naam verandert of wordt samengevoegd met een andere instelling, de historie van de oude instelling wordt vermeld onder de nieuwe naam.
  • Instellingsnaam hoogste vooropleiding voor het hoger onderwijs

    De naam van de instelling van de hoogste vooropleiding voor het hoger onderwijs. De hoogste vooropleiding voor het hoger onderwijs kan behaald zijn in de periode tot en met het inschrijvingsjaar in het hoger onderwijs
  • Instellingsnaam vestiging

    Naam van de vestiging van de school.
  • Instellingssoort vo

    Instelling die op basis van de Wet op het Voortgezet onderwijs of de wet Educatie en Beroepsonderwijs is erkend voor het verzorgen van onderwijs.
    Mogelijke waardes:
    Aocv:Agrarisch opleidingscentrum met voortgezet onderwijs.
    Pros:School voor praktijkonderwijs.
    Rocv:Regionaal opleidingscentrum met voortgezet onderwijs.
    Vakv:Vakschool met voortgezet onderwijs.
    Vos:School voor voortgezet onderwijs.
  • Instroom

    Het aantal onderwijsdeelnemers dat een onderwijssector (po, vo, bve, ho) binnenkomt. Doorstroom tussen schoolsoorten in de eigen sector wordt niet meegeteld. Instroom betreft deelnemers die op de peildatum in het huidige jaar zijn ingeschreven en in voorgaand jaar nog niet waren ingeschreven in dezelfde onderwijssector.
  • Instroomcohort

    Een vaste groep onderwijsdeelnemers dat (op een bepaald moment) een sector po, vo, bve, hbo of wo instroomt. Deze vaste groepen worden in de tijd gevolgd. Aan de hand van een instroomcohort kan de schoolloopbaan van alle onderwijsdeelnemers in kaart gebracht worden.
  • Intensiteit

    Indicatie in het mbo waarmee de instelling aangeeft of de mbo deelnemer diens opleiding in voltijd of deeltijd onderwijs volgt, zoals vastgelegd in de onderwijsovereenkomst, dan wel als examendeelnemer zoals vastgelegd in de examenovereenkomst.
    Mogelijke waardes:
    Voltijd:Dagonderwijs op doordeweekse dagen bestaande uit minstens 850 uur onderwijs per leerjaar (lessen, stages en begeleiding).
    Deeltijd:300-850 uur onderwijs per leerjaar (lessen, stages en begeleiding).
    Examendeelnemer:Personen die geen onderwijs volgen maar alleen ingeschreven staan voor het doen van een examen.
  • Kenniscentrum

    Een kenniscentrum is onder andere verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het beheer van beroepsopleidingen in haar vakgebied en het werven, erkennen en ondersteunen van leerbedrijven.
  • Kwalificatie

    Beroepsopleiding in het mbo
  • Kwalificatieniveau

    De aanduiding van het niveau van beroepsuitoefening, gebaseerd op de mate van verantwoordelijkheid en complexiteit.
    Mogelijke waardes:
    Mbo-1:Assistentopleiding: leidt op voor eenvoudig uitvoerende werkzaamheden (duur 0,5-1 jaar).
    Mbo-2:Basisberoepsopleiding: leidt op voor uitvoerende werkzaamheden (duur 2-3 jaar).
    Mbo-3:Vakopleiding: leidt op tot volledig zelfstandige uitvoering van werkzaamheden (duur 2-4 jaar).
    Mbo-4:Middenkaderopleiding (duur 3-4 jaar) en specialistenopleiding (kopstudie van 1-2 jaar): leiden op tot volledig zelfstandige uitvoering van werkzaamheden met een brede inzetbaarheid of specialisatie.
  • Land van herkomst

    Geboorteland.
  • Leerling gebonden financiering

    Regeling die het mogelijk maakt om kinderen met een handicap op een gewone school te plaatsen door extra voorzieningen te financieren ('rugzakje').
  • Leerlinggewicht

    Het gewicht van een basisschoolleerling op basis van het opleidingsniveau van de ouder(s), zoals vastgesteld in de gewichtenregeling. Deze regeling is bedoeld om basisscholen extra financiering toe te wijzen voor bekostiging van leerlingen die extra aandacht nodig hebben. Deze regeling is vanaf 2006 verdeeld over vier jaar ingevoerd, daarvoor bestond een oude gewichtenregeling.
    Mogelijke waardes:
    0.3:Leerling van wie beide ouders niet meer dan maximaal het niveau praktijkonderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs van de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg
    1.2:Leerling van wie een ouder alleen basisonderwijs heeft en van wie de andere ouder maximaal praktijkonderwijs of voorbereidend beroepsonderwijs van de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg heeft
  • Lesgraad

    Een indeling van leervakken.
    Mogelijke waardes:
    0:Niet-lesgebonden, bijvoorbeeld mentoruren.
    1:Eerstegraads les: dit zijn lessen die in de bovenbouw havo en vwo worden gegeven.
    2:Tweedegraads les: dit zijn lessen die in het vmbo en de onderbouw havo en vwo worden gegeven.
    3:Niet specifiek te definiëren als eerste- of tweedegraad, bijvoorbeeld keuzewerktijd.
  • Lesuren

    Een gegeven leseenheid. De lengte van een lesuur kan variëren per school, maar ook per vak (30, 45, 50 of 90 minuten).
  • Lwoo

    Leerwegondersteunend onderwijs. Bedoeld voor vmbo-leerlingen in het voortgezet onderwijs die genoeg capaciteiten hebben om een diploma te behalen, maar daarbij wel extra begeleiding nodig hebben. Scholen ontvangen extra financiering voor de begeleiding van lwoo-leerlingen.
  • Mbo instellingsoort

    Instelling die op basis van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs is erkend voor het verzorgen van onderwijs in de vorm van (beroeps)opleidingen en waarvan het bevoegd gezag de deelnemers de gelegenheid geeft een examen af te leggen.
    Mogelijke waardes:
    Aocv:Agrarisch opleidingscentrum met voortgezet onderwijs.
    Dov:Doveninstituut.
    Roc:Regionaal Opleidingscentrum.
    Rocv:Regionaal opleidingscentrum met voortgezet onderwijs.
    Vak:Vakschool.
    Vakv:Vakschool met voortgezet onderwijs.
  • MBO sector

    Een clustering van beroepsopleidingen naar vakgebied.
    Mogelijke waardes:
    Economie:De opleiding valt onder de sector economie.
    Landbouw:De opleiding valt onder de sector landbouw (ook wel agrarisch of groen genoemd).
    Techniek:De opleiding valt onder de sector techniek.
    Zorg en Welzijn:De opleiding valt onder de sector zorg en welzijn.
    Combinatie:De opleiding valt onder een combinatie van sectoren.
  • Niveau X-Y coördinaat

    Precisie van de plaatsbepaling tov het postcodegebied Het niveau van de x en y coördinaten geeft aan hoe specifiek deze opgegeven coördinaten de locatie van een postcode aanduiden
    Mogelijke waardes:
    3ppc:De eerste 3 posities van een postcode.
    4ppc:De eerste 4 posities van een postcode.
    5ppc:De eerste 5 posities van een postcode.
    6ppc:Alle posities van een postcode.
    6ppc-hnr:Alle posities van een postcode en het huisnummer.
  • Nodaal gebied

    Gebied afgebakend voor de planning van spreidingspatronen van scholen voor voortgezet onderwijs. Indeling in 80 nodale gebieden.
  • Onderbouw

    In het voortgezet onderwijs: leerjaren 1-2 van het vmbo, leerjaren 1-3 van havo en vwo. In het basisonderwijs: leerjaren 1-4 of volgens een andere indeling: leerjaren 1-2 (een indeling waarbij naast onder- en bovenbouw ook sprake is van een middenbouw).
  • Onderwijsgebied

    Onderwijsgebieden zijn samenvoegingen van nodale gebieden op grond van regionale herkomst en bestemming van leerlingen bij het voortgezet onderwijs.
  • Onderwijspositie

    Aanduiding van het kwalificatieniveau van een mbo-opleiding waarvoor de deelnemer op 1 oktober van het betreffende schooljaar stond ingeschreven, eventueel i.c.m. het niveau van het mbo-diploma dat binnnen hetzelfde schooljaar door de deelnemer werd behaald.
  • Onderwijsstructuur vo

    Het onderwijstype of een combinatie van onderwijstypen die een school in het voortgezet onderwijs aanbiedt.
    Mogelijke waardes:
    Brugjaar:Uitsluitend onderbouw vmbo (leerjaar 1-2), havo of vwo (leerjaar 1-3).
    Havo:Alleen havo.
    Havo / vwo:Havo en vwo.
    Mavo:Alleen Vmbo-tl (en evt. gl).
    Mavo / havo:Vmbo-tl (en evt. gl) en havo.
    Mavo / havo / vwo:Vmbo-tl (en evt. gl), havo, vwo.
    Mavo / havo / vwo / pro:Vmbo-tl (en evt. gl), havo, vwo en praktijkonderwijs.
    Mavo / pro:Vmbo-tl (en evt. gl) en praktijkonderwijs.
    Mavo / vwo:Vmbo-tl (en evt. gl) en vwo.
    Pro:Alleen praktijkonderwijs.
    Vbo:Vmbo-bl en/of kl en/of gl.
    Vbo / mavo:Vbo / Mavo.
    Vbo / mavo / havo:Vmbo-bl en/of kl en vmbo-tl (en evt. gl) en havo.
    Vbo / Mavo / Havo / Vwo:Vmbo-bl en/of kl, vmbo-tl (en evt. gl), havo en vwo.
    Vbo / Mavo / Havo / Vwo / Pro:Vmbo-bl en/of kl, vmbo-tl (en evt. gl), havo, vwo en praktijkonderwijs.
    Vbo / Mavo / Pro:Vmbo-bl en/of kl, vmbo-tl (en evt. gl) en praktijkonderwijs.
    Vbo / Mavo / Vwo:Vmbo-bl en/of kl, vmbo-tl (en evt. gl) en vwo.
    Vbo / Pro:Vmbo-bl en/of kl en/of gl en praktijkonderwijs.
    Vbo / Vwo:Vmbo-bl en/of kl en/of gl en vwo.
    Vwo:Alleen vwo.
  • Opleidingscode

    De code van een opleiding waarmee een ingeschrevene aan een instelling staat ingeschreven. De registratie van de opleidingscode vindt plaats in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO).
  • Opleidingscode actueel

    De code van de actuele opleiding. Actueel wil zeggen dat wanneer een opleiding van code verandert of wordt samengevoegd met een andere opleiding, de historie van de oude code wordt vermeld onder de nieuwe code.
  • Opleidingsfase

    De fase van de opleiding waarvoor de ingeschrevene staat ingeschreven.
    Mogelijke waardes:
    Propedeuse:Het eerstejaars programma van een ongedeelde opleiding.
    Propedeuse bachelor:Het eerstejaars programma van een bacheloropleiding.
    Kandidaatsfase:De opleidingsfase die volgt op een propedeusefase en wordt afgesloten met een kandidaatsexamen.
    Associate degree:Een tweejarige opleiding binnen een hbo-bachelor.
    Bachelor
    Master
    1e fase (wo); hoofdfase (hbo) :De oude code voor een initiële opleiding. Gehanteerd tot en met het studiejaar 1992-1993.
    2e fase:De oude code voor vervolgopleiding. Gehanteerd tot en met het studiejaar 1996-1997.
    Oude stijl:Een oude opleidingscode. Gehanteerd tot en met het studiejaar 1992-1993.
    Initiële opleiding:Dit betreft voornamelijk de ongedeelde opleidingen. Deze opleidingsfase is gehanteerd vanaf het studiejaar 1993-1994.
    Vervolgopleiding:De opleidingsfase gehanteerd vanaf het studiejaar 1993-1994.
  • Opleidingsfase actueel

    De fase van de opleiding geconverteerd naar de indeling van het actuele jaar. Actueel wil zeggen dat wanneer de opleidingsfase verandert, de historie van de oude opleidingsfase wordt vermeld onder de nieuwe opleidingsfase
    Mogelijke waardes:
    Beroepsfase:De beroepsfase van artsen-, tandartsen-, dierenartsen- en apothekersopleidingen.
    Propedeuse:Het eerstejaars programma van een ongedeelde opleiding.
    Propedeuse bachelor:Het eerstejaars programma van een bacheloropleiding.
    Kandidaatsfase:De opleidingsfase die volgt op een propedeusefase en wordt afgesloten met een kandidaatsexamen.
    Associate degree:Een tweejarige opleiding binnen een hbo-bachelor.
    Bachelor
    Master
    Oude stijl:Een oude opleidingscode. Gehanteerd tot en met het studiejaar 1992-1993.
    Initiele opleiding:Dit betreft voornamelijk de ongedeelde opleidingen. Deze opleidingsfase is gehanteerd vanaf het studiejaar 1993-1994.
    Vervolgopleiding:De opleidingsfase gehanteerd vanaf het studiejaar 1993-1994.
  • Opleidingsnaam actueel

    De naam van de actuele opleiding. Actueel wil zeggen dat wanneer de opleiding van naam verandert of wordt samengevoegd met een andere opleiding, de historie van de oude opleiding wordt vermeld onder de nieuwe naam.
  • Opleidingsvorm

    De vorm van de opleiding waarvoor de ingeschrevene staat ingeschreven.
    Mogelijke waardes:
    Deeltijd
    Voltijd
    Coöp-student of duaal onderwijs :De opleidingsvorm waarbij werken en leren wordt gecombineerd.
  • Peiljaar

    Het jaar waarop de onderwijsgegevens betrekking hebben. De peildatum is altijd 1 oktober in het betreffende jaar.
  • Praktijkonderwijs

    Het praktijkonderwijs (PrO) is bedoeld voor leerlingen in het voortgezet onderwijs die naar verwachting geen vmbo-diploma kunnen halen. Het praktijkonderwijs bereidt de leerling voor op de arbeidsmarkt. Men kan geen diploma halen, maar een getuigschrift praktijkonderwijs.
  • Profiel

    Voor aanvang van het 4e schooljaar kiezen havo en vwo leerlingen een vakkenpakket aan de hand van een richting/profiel. Er zijn 4 profielen.
    Mogelijke waardes:
    NT:Natuur en techniek.
    NG:natuur en gezondheid
    EM:economie en maatschappij
    CM:cultuur en maatschappij
  • Provincie deelnemer

    De provincie waar de onderwijsdeelnemer woont
  • Regionaal expertisecentrum

    Een regionaal samenwerkingsverband van scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Het centrum is ook bedoeld voor ondersteuning van ouders en leerlingen o.a. door het soort speciaal onderwijs te bepalen dat de leerling nodig heeft (door de commissie voor de indicatiestelling).
  • Rmc-regio

    Nederland heeft 39 RMC-regio's (Regionaal Meld- en Coördinatiepunt). Elke RMC-regio heeft één contactgemeente die de melding en registratie van voortijdig schoolverlaters coördineert.
  • Rpa-gebied

    Gebied afgebakend door de Regionale Platforms Arbeidsmarkt voor informatie over de arbeidsmarkt De 34 RPA-gebieden zijn in 2002 door de Regionale Platforms Arbeidsmarkt afgeleid uit de 131 werkgebieden van de Centrums voor Werk en Inkomen (CWI). De RPA-indeling vervangt met ingang van 2002 de eerder gebruikte RBA-indeling (Regionale Bureaus Arbeidsvoorziening).
  • Rugzakje

    Leerlinggebonden financiering voor leerlingen met handicap binnen het reguliere onderwijs.
  • Rutte-leerling

    Een leerling vallend onder de Rutte-regeling die is ingeschreven in het voortgezet onderwijs die een opleiding volgt in het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo).
  • Rutte-regeling

    Een maatregel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tegen uitval van leerlingen in het voortgezet onderwijs (vo). Leerlingen die zonder diploma het onderwijs dreigen te verlaten, krijgen op een andere school de kans alsnog een diploma of startkwalificatie te halen. Dit is mogelijk op scholen voor beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie (bve), voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) of op een andere vo school. De vo leerling blijft tijdens uitbesteding op de eigen school ingeschreven. Uitbesteding kan alleen op scholen die bekostigd worden door de overheid.
  • Samenwerkingsverband

    Om elk kind een passende onderwijsplek te bieden, werken scholen samen in regionale samenwerkingsverbanden. Het samenwerkingsverband maakt onder meer afspraken over welke begeleiding de reguliere scholen bieden, welke kinderen een plek krijgen in het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) en over de verdeling van de ondersteuningsmiddelen. In het primair onderwijs bestaat het samenwerkingsverband uit de reguliere basisscholen, speciale basisscholen, en de scholen voor speciaal onderwijs van de clusters 3 en 4. In het voortgezet onderwijs bestaat het samenwerkingsverband uit het reguliere onderwijs, waaronder praktijkonderwijs, en de scholen voor voortgezet speciaal onderwijs van de clusters 3 en 4.
  • Schooladvies

    Advies voor het voortgezet onderwijs voor een leerling in leerjaar 8 van het (speciaal) basisonderwijs
    Mogelijke waardes:
    Pro:Praktijkgericht onderwijs na het basisonderwijs, bedoeld voor leerlingen die moeite hebben om een diploma voor het voortgezet onderwijs te halen
    Vso:Voortgezet speciaal onderwijs
    Vmbo bl:Basisberoepsgerichte leerweg
    Vmbo bl-kl:Basis- en kaderberoepsgerichte leerweg
    Vmbo kl:Kaderberoepsgerichte leerweg
    Vmbo kl-gt:Kaderberoepsgerichte leerweg en gemengde/theoretische leerweg (het voormalige mavo)
    Vmbo gt:Gemengde/theoretische leerweg
    Vmbo gt-havo:Gemengde/theoretische leerweg en havo
    Havo:Hoger algemeen voortgezet onderwijs ter voorbereiding op het hoger onderwijs
    Vwo:Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs ter voorbereiding op het wetenschappelijk onderwijs
  • Schoolgewicht

    Het gewicht van een schoolvestiging, gebaseerd op het aantal leerlingen met een gewicht uit de gewichtenregeling basisonderwijs. Scholen krijgen extra financiering op basis van de hoogte van het toegekende schoolgewicht. Berekening volgens artikel 27 van het Besluit bekostiging WPO: het schoolgewicht wordt per schoolvestiging berekend. Eerst wordt het totaal van het aantal leerlingen met een gewicht berekend: (het aantal leerlingen met gewicht 0.3 x gewicht 0.3) + (aantal leerlingen met gewicht 1.2 x gewicht 1.2). Deze uitkomst wordt verminderd met 0.06 x het totaal aantal leerlingen op die vestiging. Deze uitkomst wordt afgerond op een heel getal. Als deze uitkomst -1 of lager is, dan wordt het schoolgewicht 0. Er wordt een bovengrens gehanteerd: als de uitkomst hoger is dan 0,8 krijgt de vestiging een schoolgewicht gelijk aan 0,8 x het aantal leerlingen op de vestiging, afgerond op een heel getal.
  • Slaagpercentage

    Het aantal geslaagden voor een examen gedeeld door het aantal examenkandidaten x 100%.
  • Soort diploma

    Aanduiding van het soort diploma dat is behaald.
    Mogelijke waardes:
    Hbo bachelor
    Hbo master
    Hbo postinitiele master :Het diploma van een postinitiele masteropleiding in het hoger beroepsonderwijs.
    Wo bachelor
    Wo master
    Wo ongedeelde opleiding:Het diploma van een universitaire opleiding voor de invoering van de bachelor-masterstructuur.
    Wo postinitiele master:Het diploma van een postinitiele masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs.
    Wo postmaster:Het diploma van een universitaire leraaropleiding.
  • Soort hoger onderwijs

    Het soort hoger onderwijs (hbo of wo) van de betreffende inschrijving.
    Mogelijke waardes:
    Hbo:<html> <head> </head> <body> <p> Hoger beroepsonderwijs. </p> </body> </html>
    Wo:Wetenschappelijk onderwijs.
  • Soort primair onderwijs

    Geeft aan om welke vorm(en) van primair onderwijs het gaat.
    Mogelijke waardes:
    Bao:Basisonderwijs.
    Sbao:Speciaal basisonderwijs.
    So:Speciaal Onderwijs.
    (V)so:Speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.
    Vso:Voortgezet speciaal onderwijs.
  • Soort voortgezet onderwijs

    Geeft aan om welke vorm van voortgezet onderwijs het gaat.
    Mogelijke waardes:
    Vwo:Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs ter voorbereiding op het wetenschappelijk onderwijs.
    Havo:Hoger algemeen voortgezet onderwijs ter voorbereiding op het hoger beroepsonderwijs.
    Vmbo:Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs ter voorbereiding op het middelbaar beroepsonderwijs of Havo.
    Pro:Praktijkgericht onderwijs na het basisonderwijs, bedoeld voor leerlingen die moeite hebben om een diploma voor het voortgezet onderwijs te halen.
    Brugjaar:Onderbouw vmbo (leerjaar 1-2), havo of vwo (leerjaar 1-3).
    Lwoo:Leerwegondersteunend onderwijs voor vmbo-leerlingen die genoeg capaciteiten hebben om een diploma te halen, maar extra hulp nodig hebben.
    Vm2:De opleiding vmbo-mbo2 (VM2) moet de doorstroom van vmbo-leerlingen naar het mbo makkelijker maken. De bovenbouw van de basisberoepsgerichte leerweg in het vmbo en een mbo-opleiding op niveau 2 zijn daarvoor samengevoegd.
    Engelse stroom:Engels en Nederlandstalig internationaal voortgezet onderwijs op het niveau van het Nederlandse havo voor leerlingen met een buitenlandse of Nederlandse nationaliteit van wie de ouders voor een bepaalde tijd in Nederland of in het buitenland werken.
    Internationale baccelaureaat:Internationaal voortgezet onderwijs op het niveau van het Nederlandse vwo voor leerlingen met een buitenlandse of Nederlandse nationaliteit van wie de ouders voor een bepaalde tijd in Nederland of in het buitenland werken.
    Vmbo BL:Basisberoepsgerichte leerweg binnen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs.
    Vmbo GL:Gemengde leerweg binnen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs.
    Vmbo KL:Kaderberoepsgerichte leerweg leerweg binnen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs.
    Vmbo TL:Theoretische leerweg leerweg binnen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs.
    Vmbo uitbesteed aan vavo:Vmbo leerlingen uitbesteed aan voortgezet algemeen volwassenenonderwijs. Zie ook Rutte-regeling.
    Vwo uitbesteed aan vavo:Vwo leerlingen uitbesteed aan voortgezet algemeen volwassenenonderwijs. Zie ook Rutte-regeling.
    Havo uitbesteed aan vavo:Havo leerlingen uitbesteed aan voortgezet algemeen volwassenenonderwijs. Zie ook Rutte-regeling.
  • Speciaal basisonderwijs

    Onderwijs voor moeilijk lerende kinderen en/of met gedragsmoeilijkheden. Het gaat om leerlingen die extra aandacht nodig hebben, maar minder ernstige beperkingen hebben dan leerlingen in het speciaal onderwijs.Valt samen met het basisonderwijs onder de Wet primair onderwijs (Wpo).
  • Speciaal onderwijs

    Onderwijs voor kinderen met een (lichamelijke of verstandelijke) handicap of ernstige gedrags- en/of leerproblemen. Valt samen met het voortgezet speciaal onderwijs onder de Wet op de expertisecentra (Wec).
  • Speciale school voor basisonderwijs

    Een school waar basisonderwijs wordt gegeven aan kinderen voor wie vaststaat dat overwegend een zodanige orthopedagogische en orthodidactische benadering aangewezen is, dat zij althans gedurende enige tijd op een speciale school voor basisonderwijs moeten worden opgevangen.
  • Studiebelastingsuren

    Het aantal uren dat is vastgesteld voor de duur van de opleiding.
  • Studiejaar

    Tijdvak in het hoger onderwijs dat aanvangt op 1 september van enig kalenderjaar en eindigt op 31 augustus daaropvolgend Het jaar 2010 staat bijvoorbeeld voor de studieperiode 2010-2011. Een studiejaar start op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar.
  • Type hoger onderwijs

    Het type hoger onderwijs van de betreffende inschrijving.
    Mogelijke waardes:
    Bachelor-opleiding
    Master-opleiding
    Postmaster-opleiding:De postmaster-opleiding volgt op een master opleiding. Dit betreft o.a.de universitaire leraaropleidingen.
    Postinitiele master:De postinitiele masteropleiding volgt op een al eerder afgeronde hbo- of wo-masteropleiding.
    Ongedeelde opleiding:Een opleiding voor de invoering van de bachelor- masterstructuur.
  • Type mbo

    De combinatie van leerweg en intensiteit van een opleiding. Leerweg geeft aan wat de verhouding theorie/praktijk van een opleiding is. Intensiteit geeft aan of er sprake is van een voltijd- of deeltijdopleiding of een exameninschrijving.
    Mogelijke waardes:
    Bbl:Beroepsbegeleidende leerweg. De opleiding bestaat uit minimaal 60% praktijkonderwijs (stages).
    Bolvt:Beroepsopleidende leerweg voltijd. De opleiding bestaat voor 20-60% uit praktijkonderwijs (stages) en wordt voltijd aangeboden. Dit houdt in dagonderwijs op doordeweekse dagen bestaande uit minstens 850 uur onderwijs per leerjaar (lessen, stages en begeleiding).
    Boldt:Beroepsopleidende leerweg deeltijd. De opleiding bestaat voor 20-60% uit praktijkonderwijs (stages) en wordt deeltijd aangeboden. Dit houdt in 300-850 uur onderwijs per leerjaar (lessen, stages en begeleiding).
    Ex:Extraneï. Personen die geen onderwijs volgen maar alleen ingeschreven staan voor het doen van een examen.
  • Uitbesteden van leerlingen

    Een maatregel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tegen uitval van leerlingen in het voortgezet onderwijs (vo). Leerlingen die zonder diploma het onderwijs dreigen te verlaten, krijgen op een andere school de kans alsnog een diploma of startkwalificatie te halen. Dit is mogelijk op scholen voor beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie (bve), voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) of op een andere vo school. De vo leerling blijft tijdens uitbesteding op de eigen school ingeschreven. Uitbesteding kan alleen op scholen die bekostigd worden door de overheid.
  • Uitstroom

    Het aantal onderwijsdeelnemers dat een onderwijssector (po, vo, bve, ho) verlaat. Doorstroom tussen schoolsoorten in de eigen sector wordt niet meegeteld. Uitstroom betreft deelnemers die in het vorige jaar nog wel waren ingeschreven in de sector en dit jaar op de peildatum niet meer.
  • Uitstroom na eerste diploma

    Geeft weer wat een deelnemer na het eerst behaalde diploma gaat doen.
    Mogelijke waardes:
    Geen diploma
    In het mbo
    Uitgestroomd uit mbo
  • Vak

    Schoolvak of leervak. Er kan in meerdere vakken worden lesgeven.
  • Vakkencluster

    Aanduiding op welk niveau een les gegeven wordt.
    Mogelijke waardes:
    Engels, Duits en Frans
    Exacte vakken:
    Maatschappij vakken
    Nederlands
    Overig (niet lesgebonden):Bijvoorbeeld mentoruren.
    Overige vakken
    Techniek
  • Verblijfsjaren instelling/opleiding

    Het aantal jaren dat de deelnemer op peildatum 1 oktober staat ingeschreven voor dezelfde opleiding aan dezelfde instelling.
  • Vestigingsgemeente ho instelling

    De gemeentenaam van de vestiging van de instelling hoger onderwijs
  • Vestigingsnummer

    Registratienummer van de schoollocatie.
  • Vmbo sector

    Een richting/vakgebied met een vast vakkenpakket in het vmbo.
    Mogelijke waardes:
    Economie
    Intersectoraal programma:Bevat onderdelen van meerdere vmbo sectoren.
    Landbouw
    Techniek
    Zorg en welzijn
  • Voltijdonderwijs mbo

    Dagonderwijs dat op doordeweekse dagen wordt gegeven. In totaal moet per leerjaar minstens 850 uur onderwijs (lessen, stages, begeleiding) worden aangeboden.
  • Vooropleiding

    Voorafgaande opleiding aan een nieuwe opleiding
  • Voortgezet speciaal onderwijs

    Onderwijs voor kinderen van 12-20 jaar met een (lichamelijke of verstandelijke) handicap of ernstige gedrags- en/of leerproblemen. Valt onder de Wet op de expertisecentra (Wec).
  • Wec

    Wet op de expertisecentra.
  • Wgr-gebied

    Cluster van gemeenten per samenwerkingsgebied volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen. De WGR-indeling heeft betrekking op de situatie per 1 januari 1997 en telt op die datum 42 gebieden.
  • Woongemeente

    Gemeente waar de leerling woonachtig is.
  • Woongemeentenummer

    Gemeentenummer van de gemeente waar de leerling woonachtig is.
  • Wpo

    Wet op het primair onderwijs.
  • X-coördinaat

    Wordt gebruikt om de geografische locatie van een postcode te bepalen. De x-coordinaat loopt van oost naar west, dus horizontaal.
  • Y-coördinaat

    Wordt gebruikt om de geografische locatie van een postcode te bepalen. De y-coordinaat loopt van zuid naar noord, dus verticaal.
A | B | C | D | E | F | G | H | I | K | L | M | N | O | P | R | S | T | U | V | W | X | Y