Vooropleiding en kansen
Om mee te mogen doen met de loting moet je, naast het aanmelden vóór 15 mei 2012 via Studielink, voldoen aan de gestelde vooropleidingseisen. Je kunt bijvoorbeeld niet met een havo-diploma naar de universiteit. Voor sommige opleidingen worden er naast de vooropleidingseisen, ook nog vakkenpakketeisen gesteld. Deze vakkenpakketeisen worden ook wel nadere vooropleidingseisen genoemd.
Nadere vooropleidingseisen
Als je dit jaar nà 15 mei eindexamen doet en (met je te behalen diploma) niet aan de nadere vooropleidingseisen voldoet, kan je alleen aan de loting meedoen als vóór 15 mei 2012 het bewijs is geleverd dat je aan deze nadere vooropleidingseisen voldoet.
Als je voor 15 mei 2012 een diploma hebt behaald kan je aan de loting meedoen als vóór 15 mei 2012 een schriftelijke verklaring wordt overgelegd aan DUO waaruit blijkt dat je vóór 1 september 2012 nog aan de eisen gaat voldoen. Pas als je de benodigde bewijsstukken waaruit blijkt dat je aan de nadere vooropleidingseisen voldoet hebt opgestuurd, zul je de definitieve lotingsuitslag ontvangen.
Benodigde bewijsstukken kunnen zijn:
Als je je vooropleiding nog moet behalen of al hebt behaald: een verklaring van de onderwijsinstelling waaruit blijkt dat je met het behaalde of nog te behalen diploma/getuigschrift voldoet of gaat voldoen aan de nadere vooropleidingseisen. Dit heet een “15-mei verklaring”. Wil je meedoen met een opleidingsloting zoals Geneeskunde, dan moet de 15-mei verklaring opgesteld zijn door de instelling van eerste voorkeur.
Als je voor 15 mei 2012 je vooropleiding hebt behaald: een bewijs waaruit blijkt dat je je hebt ingeschreven voor de aanvullende examens/toetsen. (Bijvoorbeeld een bewijs van inschrijving van de Open Universiteit).
Als je voor 15 mei 2012 je vooropleiding hebt behaald: een bewijs waaruit blijkt dat je je hebt ingeschreven voor de staatsexamens in de verplichte vakken (via deelcertificaten).
Heb je een profiel dat geen rechtstreekse toelating geeft tot de lotingstudie met nadere vooropleidingseisen (zie overzicht nadere vooropleidingseisen HBO lotingstudies en nadere vooropleidingseisen WO) dan moet je de vakken van deze nadere vooropleidingseisen altijd met een voldoende hebben afgerond. Dit geldt zowel voor deelcertificaten als vakken die vallen onder het vrije deel.
Wat jij moet doen
Zorg dat je vóór het verstrijken van de inzendtermijn een gewaarmerkte kopie van het bewijsstuk van je vooropleiding naar DUO stuurt. Gewaarmerkt betekent dat de kopie getekend of gestempeld is door de directie van de school. Neem voor het waarmerken wel altijd je originele diploma en cijferlijst mee. Stuur bij meerdere vooropleidingen alle bewijsstukken op. Vermeld op de kopie je correspondentienummer, de opleidingscode en de instellingscode. Je vindt de hbo en wo codes op de website van DUO.
Doe je dit jaar eindexamen havo met profiel of vwo met profiel, dan kan de school direct na de uitslag van het examen een voorlopige cijferlijst uitreiken. Een voorlopige cijferlijst kan alleen worden geregistreerd als er de volgende informatie op staat vermeld:
Het profiel en de verdeling ervan in gemeenschappelijk deel, profieldeel en vrij deel
Geslaagd
Persoonsgegevens
Combinatiecijfer
Studenten met havo met profiel of vwo met profiel moeten vóór 23 juni 2012 een gewaarmerkte kopie van hun (voorlopige) cijferlijst opsturen naar DUO, ook als je herexamen doet. Heb je na je herexamen hogere cijfers behaald, stuur dan je definitieve cijferlijst op vóór 5 juli 2012.
Heb je een andere vooropleiding dan havo of vwo met profiel of heb je een aanmelding gedaan voor een opleiding met nadere vooropleidingseisen, kijk dan in de onderstaande stroomschema's om te zien wat je moet inleveren en welke inzendtermijnen hierop van toepassing zijn:
Let op! Ook als in Studielink staat dat je vooropleiding geverifieerd is, moet je deze bewijsstukken voor deelname aan de loting naar DUO sturen.
Behaal je dit jaar één van de onderstaande vooropleidingen, maar kun je niet voldoen aan de inzendtermijnen zoals genoemd in de stroomschema’s, dan kun je hiervoor uitstel aanvragen. Je moet dan vóór de gestelde inzenddatum voor jouw vooropleiding de antwoordkaart ‘Verlate Inzending’ opsturen naar DUO.
staatsexamen havo met profiel
staatsexamen vwo met profiel
mbo niveau 4
propedeuse/diploma hbo
propedeuse/diploma wo
toelatingsexamen (colloquium doctum)
buitenlands diploma/Europese school
Je kan deze bewijsstukken of de antwoordkaart ‘Verlate Inzending’ opsturen naar:
Dienst Uitvoering Onderwijs
|
Wil je vanuit het buitenland een bewijsstuk op sturen dan moet je het onderstaande adres gebruiken:
| Dienst Uitvoering Onderwijs
Int.Antwoordnummer I.B.R.S. / C.C.R.I. Numéro 507 9700 WB Groningen PAYS-BAS |
Als je vragen hebt over de loting mail deze dan naar cbap@duo.nl of bel de DUO infolijn 050- 599 77 55.
Lotingsklasse bepalen
Op het moment dat DUO het diploma en/of de cijferlijst van de student ontvangt zal de lotingsklasse worden bepaald. Bij de loting worden vijf lotingsklassen gehanteerd. Deze vijf klassen worden aangeduid met de letters A tot en met E en worden op basis van cijfergemiddelde vastgesteld:
A Hoger dan of gelijk aan 8,00
B Lager dan 8,00, maar hoger dan of gelijk aan 7,50
C Lager dan 7,50, maar hoger dan of gelijk aan 7,00
D Lager dan 7,00, maar hoger dan of gelijk aan 6,50
E Lager dan 6,50
Indeling in een lotingsklasse gebeurt alleen op basis van het gemiddelde eindexamencijfer in het geval van reguliere vooropleidingen. Reguliere vooropleidingen zijn mbo niveau 4, havo met profiel, vwo met profiel en Europees Baccalaureaat met Nederlands als 1e of 2e taal.
Alle overige vooropleidingen zijn niet-reguliere vooropleidingen. Lotingskandidaten die alleen in het bezit zijn van een niet-reguliere (toelatinggevende) vooropleiding worden in lotingsklasse C ingedeeld.
Studenten in lotingsklasse A worden rechtstreeks geplaatst bij de opleiding en instelling van eerste voorkeur. Let op: bij opleidingen met nadere vooropleidingseisen moet ook hier aan voldaan zijn om rechtstreeks geplaatst te kunnen worden. Heeft een aanstaande student meerdere reguliere vooropleidingen die toelating geven, dan geldt de meest gunstige lotingsklasse. Als een aanstaande student in het bezit is van zowel een reguliere als een niet-reguliere vooropleiding, dan wordt er bij de bepaling van de lotingsklasse altijd uit gegaan van de reguliere vooropleiding.
Berekening
Havo/vwo met profiel:
Bij een eindcijferlijst vwo en havo met profiel wordt het gemiddelde eindexamencijfer berekend door alle vakken van het gemeenschappelijk deel, alle vakken van het profieldeel en het hoogste cijfer van het vrije deel bij elkaar op te tellen en te delen door dit aantal cijfers. Voor havo en vwo met nieuw profiel wordt het combinatiecijfer in het gemeenschappelijk deel als één vak meegeteld. De vakken waar dit combinatiecijfer uit bestaat staan onder het vrije deel en worden niet apart meegeteld. Er wordt altijd uit gegaan van de eindcijfers die vermeld staan op de cijferlijst die bij het diploma hoort. Bij de berekening tellen afzonderlijke deelcertificaten dus niet mee.
Mbo niveau 4:
Vooruitlopend op de wijziging in de Regeling aanmelding en selectie hoger onderwijs die voor studiejaar 2012-2013 in werking gaat treden staat hieronder beschreven hoe het gemiddelde eindexamencijfer wordt berekend voor mbo niveau vier vooropleidingen.
Bij het mbo wordt het gemiddelde berekend uit de combinatie van vijf cijfers van de cijferlijst die het hoogste gemiddelde oplevert.
Bij competentiegerichte beroepsopleidingen wordt er gewerkt met kerntaken en bijbehorende werkprocessen. Het gemiddelde eindexamencijfer wordt berekend op basis van de 5 hoogste cijfers voor de kerntaken. Als een onderwijsinstelling de beoordeling baseert op werkprocessen in plaats van op kerntaken, dan moet de onderwijsinstelling een aparte resultatenlijst toevoegen waarop de beoordelingen van de werkprocessen zijn gebundeld per kerntaak en zijn uitgedrukt in een beoordeling per kerntaak. Bij de berekening worden de resultaten voor de onderdelen ‘leren, loopbaan en burgerschap’, Nederlands, rekenen en Engels of een andere moderne vreemde taal buiten beschouwing gelaten.
Bij een cijferlijst met minder dan vijf cijfers wordt het gemiddelde berekend van het aantal vermelde cijfers.
Het kan voorkomen dat in plaats van cijfers, andere waarderingen worden gebruikt. In dat geval worden de waarderingen uitmuntend, zeer goed, goed ,ruim voldoende, voldoende, matig, onvoldoende, ruim onvoldoende, slecht en zeer slecht geïnterpreteerd als respectievelijk 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, en 1.
Als er geen resultatenlijst kan worden overlegd die voldoet aan bovenstaande vereisten, dan volgt automatisch indeling in lotingsklasse C.
Europees baccalaureaat met Nederlands als eerste of tweede taal:
Het gemiddelde van de eindcijfers waarin schriftelijk en/of mondeling eindexamen is gedaan. Dit gaat om maximaal 7 eindcijfers.
Hbo/wo:
Een student met een hbo- / wo- getuigschrift of -diploma als vooropleiding wordt in lotingsklasse C ingedeeld, omdat dit niet reguliere vooropleidingen zijn. Met de invoering van de bachelor-master structuur heeft niet elke bachelor-opleiding een propedeutische fase. Voor deze opleidingen is dan ook geen sprake van een propedeutisch getuigschrift. Een verklaring dat de eerste 60 studiepunten zijn behaald (de zogenaamde 60-punten verklaring) is niet gelijkwaardig aan een propedeutisch getuigschrift en is dan ook geen geldige vooropleiding voor het hoger onderwijs. Deze 60 puntenverklaring wordt dus niet meegenomen bij de indeling in lotingsklassen.
Kandidaten met een toelatingsexamen (colloquium doctum), toelatingsbeschikking havo of vwo oude stijl, buitenlands diploma, of Europees baccalaureaat met Nederlands niet als eerste of tweede taal als vooropleiding worden ook ingedeeld in lotingsklasse C omdat het niet reguliere vooropleidingen betreft.
Lotingskansen
Wanneer je niet rechtstreeks of decentraal geselecteerd bent vindt de selectie van kandidaten plaats door middel van gewogen loting. Dat wil zeggen, dat naast het lotnummer ook de vooropleiding een rol speelt bij de kans op in- of uitloting. De aanstaande studenten krijgen, volstrekt willekeurig, een lotnummer toegekend. De trekking van deze lotnummers gebeurt onder toezicht van een notaris. Daarna worden de kandidaten op basis van de ingezonden bewijsstukken van hun vooropleiding ingedeeld in een lotingsklasse. Het lotnummer bepaalt de volgorde binnen de lotingsklasse waarin DUO de studenten indeelt. De combinatie van het lotnummer en de lotingsklasse bepaalt uiteindelijk of iemand zal in- of uitloten. In elke lotingsklasse zijn de laagste lotnummers het eerst aan de beurt. Andere factoren zoals bijvoorbeeld motivatie, persoonlijke omstandigheden of tijdstip van aanmelding hebben geen invloed op de loting.
Hoe hoger het gemiddelde eindexamencijfer, hoe groter de kans dat de student inloot. Zo geeft indeling in lotingsklasse B een grotere inlotingskans dan indeling in lotingsklasse E. De kans om ingeloot te worden in de verschillende lotingsklassen wordt bepaald door onderstaande verhouding
B : C : D : E = 9 : 6 : 4 : 3
Omdat het een kansberekening betreft, is het van te voren niet te zeggen hoeveel procent kans er is om ingeloot te worden per lotingsklasse. Dit is afhankelijk van verschillende factoren zoals het aantal lotingskandidaten per klasse, de capaciteit, hoeveel studenten rechtstreeks zijn geplaatst, etcetera.
in drie stappen
